zondag 31 oktober 2010

Beste Bart,

Harry Mulisch is dood!...
Ja, je leest het goed. Harry Mulisch is niet meer!
Het spijt me als ik door dit te schrijven uw trip naar de Ardennen danig verstoor. Misschien wil je even gaan zitten nu? Doe gerust. Of zonder u even af, buiten, voor een sigaretje of een borrel. Laat het even bezinken en lees daarna verder, zo je wenst.

Voor mij sloeg het nieuws in als een bom. 't Is te zeggen: ik was al een beetje voorbereid. Marcel van Dam, een goede vriend van Mulisch, had vrijdag al voorzichtig via diverse perskanalen aangekondigd dat hij heel ernstig ziek was. Maar dood... dat is wel écht definitief hé. Dan is het laatste spatje hoop op miraculeus herstel verdwenen.

Negenentwintig centimeter. Dat is de afstand van de boeken in mijn boekenkast die geschreven werden door de man die voor een stuk de richting van mijn leven heeft bepaald. Zo lag hij onbewust mee aan de grondslag van onze Surrealistische Kringloop. Wij twee, midden jaren negentig, vol van ideeën, het ene al absurder dan het andere, gedrenkt in onze eigen literaire hersenspinsels. We waanden ons échte schrijvers, we keken op naar de grote meesters. Harry Mulisch was er één van, en niet de minst belangrijke!

Hij heeft zijn "De Ontdekking van de Hemel" op het juiste moment geschreven. Wij waren er klaar voor. Dit boek was ons op het lijf geschreven. De eerste lezing van dit boek was voor mij een ongelooflijke ervaring. Oh, wat was ik jaloers op Onno Quist en Max Delius, twee hechte vrienden met een enorme culturele bagage die bladzijden lang konden filosoferen en discussiëren over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Dat eerste was bij ons ook het geval, dat laatste was sterk te relativeren.

Herinner je je nog die avond in De Warande in Turnhout? Behoud De Begeerte organiseerde zijn jaarlijkse Saint Amour en Mulisch kwam de passage voorlezen waarin Max de tweedehandboekwinkel binnenstapt en Ada in de achterkamer op de cello ziet spelen. We hingen aan zijn lippen. Wat mooi was dat!

En "Het Beeld en de Klok" dan. Ik had dat boek geleend in de bibliotheek. Fantastisch uitgangspunt: het standbeeld van Laurens Janszoon Coster komt van zijn sokkel en maakt een wandeling door Haarlem. Een korte fabel met enorm veel interessante beschouwingen over: waarom de wijzers van uurwerken bij de juwelier of in reclamefolders steeds op negen over tien staan, hoe de wijzers tegen de klok in had gedraaid als de klok in het zuidelijk halfrond was uitgevonden, waarom het water in het zuidelijk halfrond in tegengestelde richting in de afvoer wegkolkt, ...
Het boek was niet meer in de handel verkrijgbaar dus heb ik het destijds integraal overgetypt in WordPerfect 7, met de uitleentermijn van drie weken als deadline.

Later volgde nog "De Procedure" en "Siegfried". Het eerste hoofdstuk van "De Procedure" is zo moeilijk en technisch geschreven dat hij zich in het tweede hoofdstuk rechtstreeks richt tot de lezer met: "Ziezo, de opzet is gelukt. Wij zijn onder elkaar. De onreine meelezers zijn hals over kop gevlucht voor al die spookachtige letters. [...] Alleen jij bent er nu nog."
Het uitgangspunt voor "Siegfried" is dan weer zeer gedurfd: Hitler heeft een zoon met Eva Braun.

Ik hoef je dit eigenlijk allemaal niet te vertellen, je weet dit allemaal even goed als ik. Ook jij bent opgegroeid met het "latere" werk van Harry Mulisch. En daar komt nu dus een einde aan. Ook al is Harry Mulisch op één of andere manier onsterfelijk, graag had ik nog wat verder 'opgegroeid' met nieuw werk van hem in de hand, of op de iPad, want zo gaat dat tegenwoordig.

Soit. Op deze droevige dag krijg ik heimwee naar de kronkels die we destijds bijelkaar geschreven hebben. Om een voor ons welbekende reden zijn die een aantal jaren geleden verbannen naar een stoffige zolder in Duffel. Misschien is het ogenblik aangebroken om ze nog eens vanonder het stof te halen en samen nog eens te grasduinen in de reflecties van onze jeugdjaren.

Bel je me op? En zet de Leffe al maar koud.

Gegroet,

Confrater Dirk

maandag 4 oktober 2010


Rear mirror flirting

Het was een vermoeiende dag geweest op kantoor. Ik was met honderd en één dingen tegelijk bezig geweest. Allerlei opdrachten die me zoals gewoonlijk langs links en rechts werden toegeschoven door de collega’s, alsof er met zwarte viltstift op mijn voorhoofd staat geschreven “Drop je vervelende taakjes hier, ik voer ze met plezier voor je uit!”. En dan kom je op het einde van de dag tot de conclusie dat het lijstje met opdrachten dat je die ochtend zélf had opgemaakt nog steeds even lang is.

Ik was op weg naar huis met de bedrijfswagen, een Opel Astra met wel héél opvallende belettering. Een veertig minuten durende slakkengang door de Noorderkempen, van verkeerslicht naar verkeerslicht, van rond punt naar rond punt, steeds maar aanschuiven van knelpunt naar knelpunt.

Vandaag reed ik achter een Ford Fiesta. Ik ken niets van auto’s, maar het moet een oud model geweest zijn want de achterruit was groot en hoekig en hij was van een soort blauw dat geen enkele autodesigner tegenwoordig nog durft te gebruiken. Bovendien was hij voorzien van een stel uit de kluiten gewassen zijspiegels en een uitlaat die eigenhandig de Kyoto-doelstellingen van Vlaanderen naar beneden haalt.

Het was een mooie septemberdag. Door de lage avondzon was een zonnebril geen overbodige luxe. Ik had me onlangs zo’n groot model aangeschaft dat tegenwoordig in de mode is. Lekker macho. Ik had “An end has a start” van Editors in de cd-speler gestopt. Ik lipte mee en knikte op de maat van “The racing rats”, dat door de luidsprekers knalde.

Door de grote achterruit zag ik hoe het Fiesta-meisje me in haar achteruitkijkspiegel observeerde, met korte blikjes, in de spiegel en dan weer weg, een beetje verlegen omdat ze door mijn zonnebril niet kon inschatten of ik het merkte of niet. Ik zette mijn bril af en glimlachte beleefd.

Toen ze door had dat ik haar ook in het oog hield probeerde ze nog stiekum via de zijspiegel, maar ik volgde al gauw haar blik en lichtjes geschrokken keek ze weer weg.

Ze keek een tijdje strak voor zich uit, maar ik voelde haar nieuwsgierigheid en ik was er zeker van dat het niet lang zou duren vooraleer ze haar blik terug in de spiegel zou werpen.

Gewonnen! Daar was ze weer! En zij scheen zich ook te amuseren, want ik zag een schalkse glimlach in haar blik.

Ik probeerde een beeld van haar te vormen. Haar ogen straalden jeugdig enthousiasme uit. Het was moeilijk in te schatten, maar ik denk dat ze achteraan de twintig of vooraan in de dertig moest zijn.

Nu leek het een spelletje om-het-laatst-wegkijken te zijn, want ze bleef me strak aankijken in de spiegel. Ik werd er een beetje ongemakkelijk van. Ik keek weg. Ze lachte geamuseerd.

Net zoals haar aandacht voor mij mijn ego streelde, scheen mijn aandacht voor haar ook indruk op haar te maken.

Ik ging met auto wat meer naar links rijden, zo kon ik haar gezicht ontwaren in de zijspiegel. Ze had een fijne neus en een spitse mond, haar rode haren vluchtig opgestoken met een grote klem.

Plots, alsof ze gedachten kon lezen, haalde ze de klem uit haar haren en schudde ze haar haren los. Ik moest spontaan denken aan zo’n reclamefilmpje voor shampoo. Speurend naar een reactie van mij schoof haar blik ondeugend naar de achteruitkijkspiegel.

Op haar pols ontwaarde ik een kleine tattoo, maar ik kon niet onderscheiden wat het was.

Stukje voor stukje kreeg ze vorm in mijn gedachten; haar uiterlijk, maar ook wie ze was, hoe ze haar dagen vulde, van welke muziek ze zou houden, welke boeken ze las.

Het was een spannende, licht erotische ervaring, waarvan ik wist dat ze weldra zou eindigen, want het verkeer zou al gauw terug op gang komen en zij zou op een gegeven moment een straat indraaien en ik zou haar nooit meer terugzien.

Ik probeerde nog snel haar nummerplaat te onthouden, en ik zag dat de wagen van een garage in Hoogstraten kwam. Dat was het laatste stukje van de puzzel dat ik zou zien, want op het einde van de ringweg draaide zij naar links en ik naar rechts. We keken allebei in onze achteruitkijkspiegel en zagen elkaars ogen verkleinen tot ze niet meer te zien waren.

Later die avond postte ik de volgende tweet op Twitter: “shall we meet again? #xrt736 #tbz162”

Enige tijd later was het antwoord: “@dirkbohez let us cherish the magic moment of #rear mirror flirting”