Het was een vermoeiende dag geweest op kantoor. Ik was met honderd en één dingen tegelijk bezig geweest. Allerlei opdrachten die me zoals gewoonlijk langs links en rechts werden toegeschoven door de collega’s, alsof er met zwarte viltstift op mijn voorhoofd staat geschreven “Drop je vervelende taakjes hier, ik voer ze met plezier voor je uit!”. En dan kom je op het einde van de dag tot de conclusie dat het lijstje met opdrachten dat je die ochtend zélf had opgemaakt nog steeds even lang is.
Ik was op weg naar huis met de bedrijfswagen, een Opel Astra met wel héél opvallende belettering. Een veertig minuten durende slakkengang door de Noorderkempen, van verkeerslicht naar verkeerslicht, van rond punt naar rond punt, steeds maar aanschuiven van knelpunt naar knelpunt.
Vandaag reed ik achter een Ford Fiesta. Ik ken niets van auto’s, maar het moet een oud model geweest zijn want de achterruit was groot en hoekig en hij was van een soort blauw dat geen enkele autodesigner tegenwoordig nog durft te gebruiken. Bovendien was hij voorzien van een stel uit de kluiten gewassen zijspiegels en een uitlaat die eigenhandig de Kyoto-doelstellingen van Vlaanderen naar beneden haalt.
Het was een mooie septemberdag. Door de lage avondzon was een zonnebril geen overbodige luxe. Ik had me onlangs zo’n groot model aangeschaft dat tegenwoordig in de mode is. Lekker macho. Ik had “An end has a start” van Editors in de cd-speler gestopt. Ik lipte mee en knikte op de maat van “The racing rats”, dat door de luidsprekers knalde.
Door de grote achterruit zag ik hoe het Fiesta-meisje me in haar achteruitkijkspiegel observeerde, met korte blikjes, in de spiegel en dan weer weg, een beetje verlegen omdat ze door mijn zonnebril niet kon inschatten of ik het merkte of niet. Ik zette mijn bril af en glimlachte beleefd.
Toen ze door had dat ik haar ook in het oog hield probeerde ze nog stiekum via de zijspiegel, maar ik volgde al gauw haar blik en lichtjes geschrokken keek ze weer weg.
Ze keek een tijdje strak voor zich uit, maar ik voelde haar nieuwsgierigheid en ik was er zeker van dat het niet lang zou duren vooraleer ze haar blik terug in de spiegel zou werpen.
Gewonnen! Daar was ze weer! En zij scheen zich ook te amuseren, want ik zag een schalkse glimlach in haar blik.
Ik probeerde een beeld van haar te vormen. Haar ogen straalden jeugdig enthousiasme uit. Het was moeilijk in te schatten, maar ik denk dat ze achteraan de twintig of vooraan in de dertig moest zijn.
Nu leek het een spelletje om-het-laatst-wegkijken te zijn, want ze bleef me strak aankijken in de spiegel. Ik werd er een beetje ongemakkelijk van. Ik keek weg. Ze lachte geamuseerd.
Net zoals haar aandacht voor mij mijn ego streelde, scheen mijn aandacht voor haar ook indruk op haar te maken.
Ik ging met auto wat meer naar links rijden, zo kon ik haar gezicht ontwaren in de zijspiegel. Ze had een fijne neus en een spitse mond, haar rode haren vluchtig opgestoken met een grote klem.
Plots, alsof ze gedachten kon lezen, haalde ze de klem uit haar haren en schudde ze haar haren los. Ik moest spontaan denken aan zo’n reclamefilmpje voor shampoo. Speurend naar een reactie van mij schoof haar blik ondeugend naar de achteruitkijkspiegel.
Op haar pols ontwaarde ik een kleine tattoo, maar ik kon niet onderscheiden wat het was.
Stukje voor stukje kreeg ze vorm in mijn gedachten; haar uiterlijk, maar ook wie ze was, hoe ze haar dagen vulde, van welke muziek ze zou houden, welke boeken ze las.
Het was een spannende, licht erotische ervaring, waarvan ik wist dat ze weldra zou eindigen, want het verkeer zou al gauw terug op gang komen en zij zou op een gegeven moment een straat indraaien en ik zou haar nooit meer terugzien.
Ik probeerde nog snel haar nummerplaat te onthouden, en ik zag dat de wagen van een garage in Hoogstraten kwam. Dat was het laatste stukje van de puzzel dat ik zou zien, want op het einde van de ringweg draaide zij naar links en ik naar rechts. We keken allebei in onze achteruitkijkspiegel en zagen elkaars ogen verkleinen tot ze niet meer te zien waren.
Later die avond postte ik de volgende tweet op Twitter: “shall we meet again? #xrt736 #tbz162”
Enige tijd later was het antwoord: “@dirkbohez let us cherish the magic moment of #rear mirror flirting”

Geen opmerkingen:
Een reactie posten